Smartengeld en toekomstige levenskwaliteit
Goede en kwade kansen verdisconteren strekt zich uit tot immateriële schade, zoals smartengeld. Hierbij wordt afgewogen of het slachtoffer zonder ongeval ook beperkingen had ondervonden, bijvoorbeeld door erfelijke aandoeningen. Artikel 6:106 BW vormt de basis voor niet-vermogensschade.
De Hoge Raad in arrest HR 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1960) oordeelde dat rechters bij psychische letsels probabilistische afwegingen moeten maken. Een 70% kans op depressie onafhankelijk van het ongeval reduceert het smartengeld.
Praktijkvoorbeelden
Bij whiplashclaims wordt vaak betoogd dat klachten tijdelijk zijn (goede kans), wat de vergoeding verlaagt. Slachtoffers verzamelen dagboeken en getuigenverklaren om causaliteit te bewijzen. Verzekeraars hanteren de 'ANWB Smartengeldgids' met gecorrigeerde bedragen.
Deze methode balanseert rechtvaardigheid, maar vereist multidisciplinaire expertise voor accurate prognoses.